Ze komt huilend binnen.
“Ik wil dat het stopt.”
“Wat moet er stoppen?”
“Het huilen. Ik huil de hele dag. Dat kan toch niet? Het moet stoppen. Jij gaat me helpen.”
Ze vertelt: haar zus is ernstig ziek. Ze heeft geen energie voor praktische keuzes. En haar paard heeft ze moeten laten inslapen.
“Ik weet heus wel dat ik verdrietig mag zijn,” zegt ze.
“Maar niet de hele tijd. Ik huil zelfs in de supermarkt. Ik wil dat het stopt.”
“Dan stop je toch,” zeg ik.
Ze wordt boos.
“Ja. En dat lukt dus niet.”
Even later zegt ze rustiger:
“Je zou kunnen zeggen dat dit normaal is. Dat het tijd nodig heeft. Dát zou helpen.”
Ze veegt haar tranen weg en gaat rechter zitten.
“Het lukt me wel,” zegt ze.
Niet alles wat pijn doet, hoeft opgelost te worden.
Soms hoeft het alleen gedragen te worden.



